Gecombineerde opgave klaar? Er is nog meer te doen

03 juli 2019

Nadat u de Gecombineerde Opgave heeft ingediend, is het tijd voor de volgende actiepunten. U moet de perceeloppervlakte in uw bemestingsplan aanpassen, gewassen controleren, beoordelen of het natuurterrein en/of de dijken correct zijn opgenomen in het bemestingsplan en bepalen of er vervolgstappen nodig zijn voor mestaanvoer of -afvoer, mestverwerking of grondgebondenheid.

Natuurterrein en dijken

Bij de Gecombineerde Opgave (GO) heeft u moeten opgeven welke percelen natuurterrein of dijken (primaire waterkeringen) zijn. Deze percelen tellen beperkt mee in de mestboekhouding.

Dijken tellen beperkt mee

De mestplaatsingsruimte op een dijk telt mee binnen de gebruiksnormenberekening, mestverwerkingsplicht en grondgebondenheid. Echter de normen zijn afwijkend, namelijk maximaal 170 kg stikstof en 80 kg fosfaat per hectare. Als het contract aangeeft dat de maximale bemesting/beweiding lager is, dan moet u rekenen met de normen uit het contract.

Geen derogatie

Een dijk telt niet mee voor derogatie en daarmee ook niet voor de hogere stikstofnorm. Daarnaast telt deze oppervlakte niet mee voor de ‘80%-graslandeis’. Om deze reden hoeft u geen grondmonster te nemen.

Heeft u natuurterrein in gebruik?

De mestplaatsingsruimte van natuurterrein mag u niet meenemen in de gebruiksnormenberekening. Wanneer u naar dit perceel mest afvoert met een Vervoersbewijs dierlijke meststoffen (VDM), dan is dit een afvoerpost binnen uw mestboekhouding. Eventueel uitgeschaarde dieren tellen niet mee bij de gebruiksnormenberekening. De fosfaatruimte mag u wel meenemen voor de bepaling van de mestverwerkingsplicht en grondgebondenheid.

Bent u akkerbouwer?

Als akkerbouwer kunt u nu beoordelen hoeveel ruimte u nog heeft om een aanvullende bemesting uit te voeren met bijvoorbeeld kunstmest. Daarnaast kunt u nu berekenen of u in de zomer, bijvoorbeeld na de graanoogst, nog dierlijke mest kunt aanvoeren.

Bent u een veehouder?

Als veehouder kunt u nu beter beoordelen of u nog actie moet ondernemen om aan de gebruiksnormen te voldoen. Wellicht kunt u nog (kunst)mest aanvoeren of moet u mest afvoeren. Ook kunt u nu exacter inschatten hoeveel mest u moet laten verwerken. U moet afhankelijk van uw regio een deel van uw fosfaatoverschot laten verwerken.

Maakt u gebruik van de derogatie?

Als derogatiebedrijf bent u verplicht om wijzigingen binnen zeven dagen in uw bemestingsplan op te nemen. Let er daarnaast op dat in de periode 15 mei t/m 15 september minimaal 80% van uw opgegeven areaal onafgebroken uit grasland bestaat.

Houdt u melkvee?

Heeft u dieren in categorie 100, 101 of 102 en heeft u meer dan 20 kg fosfaatoverschot per hectare? Dan moet u een eventuele uitbreiding van het fosfaatoverschot ten opzichte van 2014 met voldoende grond afdekken. Het bouwplan is nu bekend en u kunt exact uitrekenen hoeveel melkvee u in dit kader mag houden.

Tip!
Nadat u de Gecombineerde Opgave heeft ingediend, moet u uw mestplan bijwerken. Zo krijgt u nog beter in beeld welke onderdelen, gebruiksnormen, mestverwerking of grondgebondenheid verdere acties of aandacht nodig hebben.

Bron: SRA – Publicatiedatum: 03-07-2019