CORONADOSSIER: Lees hier actuele informatie over het nieuwe coronavirus (COVID-19)

Einde overgangsrecht saldolijfrente in zicht

26 november 2019

De staatssecretaris van Financiën geeft aan dat het overgangsrecht voor zuivere saldolijfrenten op 31 december 2020 eindigt. Dit overgangsrecht is met de inwerkingtreding van de Wet IB 2001 geïntroduceerd. Voor een verlenging ziet de staatssecretaris geen aanleiding.

Met de inwerkingtreding van de Wet IB 2001 is overgangsrecht getroffen voor per 2001 bestaande zuivere saldolijfrenteverzekeringen en voor wat de staatssecretaris hybride lijfrenteverzekeringen noemt.

  • Zuivere saldolijfrente: de premies voor deze verzekeringen waren niet aftrekbaar. Het opgebouwde rentebestanddeel is bij uitkering belast in box 1;
  • Hybride lijfrenteverzekeringen: de premies voor deze verzekeringen zijn niet volledig afgetrokken. Voor het totaalbedrag van deze niet afgetrokken premies – het ‘saldodeel’ – geldt dat deze onbelast blijft bij uitkering. Alles dat boven dit saldodeel wordt uitgekeerd, is wel belast in box 1

De staatssecretaris kondigt aan dat in het pakket Belastingplan 2020 wordt voorgesteld voor de hybride lijfrenten het overgangsrecht per 1 januari 2021 niet te beëindigen. Voor deze categorie verzekeringen blijft ‘alles bij het oude’. Dat geldt echter niet voor de zuivere saldolijfrente. Daarvan eindigt het overgangsrecht wél op 31 december 2020. Dat dit overgangsrecht voor zuivere saldolijfrenten op 31 december 2020 eindigt, heeft twee consequenties:

  1.  Deze saldolijfrenteaanspraken verhuizen van box 1 naar box 3; en
  2.  Over het aanwezige rentebestanddeel moet in box 1 inkomstenbelasting worden betaald.

Belang voor de praktijk

De fiscale afrekening voor zuivere saldolijfrenten vindt plaats ongeacht of de lijfrente zich in de opbouw- of de uitkeringsfase bevindt. De afrekening vindt plaats in de sfeer van de inkomstenbelasting, niet in de sfeer van de loonbelasting. Dit betekent dat de belastingplichtige in zijn aangifte inkomstenbelasting 2020 zélf over het nog aanwezige rentebestanddeel moet afrekenen. De uitvoerder heeft geen inhoudingsplicht per 31 december 2020 ter zake van het dan nog aanwezige rentebestanddeel.

Op verzoek kan de belastingplichtige kiezen voor een afrekening tegen 45%. Of de keuze hiervoor fiscaal voordelig is, hangt af van uw  persoonlijke situatie.

Heeft u hier vragen over? Aarzel dan niet om contact op te nemen met RSW!