Melding van betalingsonmacht, uitstel van betaling en de Belastingdienst

Als een BV (Besloten Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) belastingen of premies niet kan betalen, is de BV verplicht betalingsonmacht te melden bij de Belastingdienst. Iedere bestuurder van de BV is bevoegd om namens die BV aan die verplichting te voldoen. Let op! De melding bij de Belastingdienst geldt niet automatisch als een verzoek om uitstel van betaling.

In het artikel wordt kort ingegaan op de melding van betalingsonmacht, uitstel van betaling en het uitstelbeleid van de Belastingdienst. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het uitstelbeleid voor particulieren en voor ondernemers.

Melding van betalingsonmacht
Bestuurders van rechtspersonen hebben een wettelijke meldingsplicht wanneer de vennootschap niet tijdig kan betalen van:
• omzetbelasting;
• loonbelasting;
• sociale verzekerings- en eventuele pensioenpremies.

Op tijd indienen
De melding van betalingsonmacht moet ingediend zijn binnen twee weken nadat de belastingen of premies betaald hadden moeten zijn. De melding kan schriftelijk, telefonisch, mondeling of middels een meldingsformulier (van de website van de Belastingdienst te downloaden) worden gedaan. De Belastingdienst kan om nadere informatie vragen; het gaat daarbij om de administratieve gegevens waarop de melding is gebaseerd. De BV is dan verplicht nadere inlichtingen te verstrekken en stukken te overleggen. De bewijslast van een tijdige melding rust op de BV. Bij een schriftelijke melding zal dit bewijs in de meeste gevallen eenvoudiger te leveren zijn dan bij een mondelinge melding.

Als de betalingsonmacht tijdig en juist is gemeld, kan de bestuurder alleen persoonlijk aansprakelijk zijn als sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Voorbeelden hiervan zijn het niet-besturen van de BV of het willens en wetens niet betalen van belastingschulden. De bewijslast hiervoor ligt bij de Belastingdienst; zij moet dit aannemelijk maken.

Niet-rechtsgeldige melding
Voldoet een melding niet aan de gestelde voorwaarden en regels dan is deze niet-rechtsgeldig. Gevolg is dat de bestuurders aansprakelijk zijn voor het niet betalen van de belastingen of premies. Deze aansprakelijkheid berust op het vermoeden dat het niet betalen het gevolg is van aan hen te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Onlangs heeft de Hoge Raad beslist dat een melding van betalingsonmacht niet rechtsgeldig is wanneer sprake is van opzet en/of grove schuld (uitspraak van 23 december 2011, nr. 10/01211).


Geldigheid  melding
Als eenmaal een melding van betalingsonmacht is gedaan, behoeft de BV niet nogmaals te melden zolang nog sprake is van betalingsachterstand, ook niet als na de melding nog aanslagen zijn betaald, tenzij de Belastingdienst na ontvangst van die belasting schriftelijk aan de BV laat weten de betalingsonmacht niet langer aanwezig te achten.

Uitstel van betaling
Als de BV heeft gemeld dat zij niet kan betalen, betekent dit niet dat de BV de belastingen of premies niet meer hoeft te betalen. Een melding geldt dus niet automatisch als een verzoek om uitstel van betaling. Hiervoor zal een apart verzoek ingediend moeten worden bij de Belastingdienst.

Na de melding van betalingsonmacht gaat de Belastingdienst door met het innen van de belastingen en premies die de BV verschuldigd is. Ook zullen de aangiften omzetbelasting en loonbelasting gewoon gedaan moeten worden.

Uitstel in verband met betalingsproblemen
Aan een belastingplichtige die niet in staat is om zijn belastingschuld geheel of gedeeltelijk te voldoen en betaling redelijkerwijs ook niet op dat moment gevorderd kan worden kan, onder voorwaarden, uitstel van betaling worden verleend. Dit uitstel wordt verleend in de vorm van een betalingsregeling.

Verlening van uitstel van betaling is geen automatisme. De Belastingdienst maakt bij de beoordeling of uitstel wordt verleend steeds een zorgvuldige belangenafweging. Bij deze afweging wordt onderscheid gemaakt tussen ondernemers en particulieren en zijn de volgende omstandigheden en factoren van belang:
• belangen van ondernemers die wel binnen de wettelijke termijnen betalen;
• belangen van medecrediteuren;
• belangen van werknemers en afnemers;
• in het verleden getoond aangifte- en betalingsgedrag;
• soort belasting en de aard daarvan;
• mate van levensvatbaarheid van de onderneming;
• financiële omstandigheden;
• moment waarop verzoek wordt ingediend; en
• in hoeverre zekerheid kan worden verstrekt.

Uitstelbeleid particulieren met betalingsproblemen
Het uitgangspunt van het uitstelbeleid voor particulieren is dat het uitstel tot een zo kort mogelijke periode wordt beperkt. In beginsel strekt de termijn van uitstelverlening zich uit tot ten hoogste twaalf maanden vanaf het moment dat het uitstel bij beschikking wordt verleend. Alleen in bijzondere omstandigheden kan de belastingplichtige een langere termijn worden gegund door de Belastingdienst.

De betalingsregeling zal steeds een op de toekomst gerichte oplossing moeten bieden. De Belastingdienst verbindt aan een betalingsregeling de voorwaarde dat nieuwe fiscale en andere financiële verplichtingen, waarvan de invordering is opgedragen aan de Belastingdienst, worden nagekomen. Ook kan de Belastingdienst zekerheid verlangen; van die bevoegdheid zal in zijn algemeenheid gebruik worden gemaakt als de aard en omvang van de schuld in relatie tot de uitsteltermijn en verhaalsmogelijkheden daartoe aanleiding geven. In het verleden getoond aangifte- en betalingsgedrag kan ook een reden zijn voor het eisen van zekerheid.

Een voorstel van een betalingsregeling kan door de Belastingdienst worden geaccepteerd als het voorstel niet al te veel afwijkt van de door de Belastingdienst aan de regeling te stellen eisen. Een onaanvaardbaar voorstel zal door de Belastingdienst worden afgewezen waarbij, zo mogelijk, een mededeling van een wel aanvaardbaar alternatief kan worden gedaan.

Uitstelbeleid ondernemers met betalingsproblemen
Voor een betalingsregeling voor een ondernemer is slechts ruimte indien hij zekerheid stelt voor het gehele bedrag van de uitstaande belastingschuld. Nieuw opkomende fiscale en financiële verplichtingen, waarvan de invordering aan de Belastingdienst is opgedragen, dienen bijgehouden te worden. De betalingsregeling strekt zich uit over een zo kort mogelijke periode, waarbij in elk geval een looptijd van twaalf maanden niet wordt overschreden. Bij het vaststellen van de duur van de betalingsregeling houdt de Belastingdienst rekening met de aard en omvang van de schuld, de betalingscapaciteit en de vermogenspositie van de onderneming en het in het verleden getoonde aangifte- en betalingsgedrag.

Als gevolg van de economische crisis kunnen ondernemers een betalingsachterstand hebben opgelopen bij de Belastingdienst voor hun belastingschulden. Voor ondernemers wier betalingsproblemen een direct gevolg zijn van de economische crisis geldt een tijdelijke versoepeling van het uitstelbeleid. Dit uitstelbeleid wordt ingetrokken zodra de economische omstandigheden dit toelaten.